31-08-2006

Pizzageld

De meeste vrouwen vertikken het om de vuile sokken van hun echtgenoot achter de radiator vandaan te vissen en de broekzakken van hun veel te lang gedragen pantalons te legen om deze vervolgens in de wasmand te deponeren. Ik niet, ik doe het graag, dat met die broekzakken. Over sokken achter radiatoren heb ik sowieso niet te klagen.

Broekzakken legen is helemaal geen ondankbaar werk, het levert vaak zelfs wat op. Pizzageld. De euro’s die ik de beatmasters broekzakken aantref, verstop ik op een geheime plek in de slaapkamer. En als we dan eens geen zin hebben om te koken maar ook geen cash op zak hebben om pizza’s te laten bezorgen, dan ligt er boven altijd nog wel een klein kapitaaltje aan pizzageld. Dan tracteren wij onszelf op onze eigen pizza’s. Ik vind dat geen boerenbedrog, ik vind dat slim bedacht. Ik ben een goede huisvrouw.

Els | 4:41 pm

Comments (7)

27-08-2006

Brede gast

‘Denkt u er anders nog even over na’, zuchtte de verkoper, die het volgens mij maar raar vond dat ik niet meteen uitzinnig werd bij het kijken naar de platte breedbeeldtelevisie die hij stond aan te prijzen. De breedbeeldtelevisie stond naast een ouderwetse vierkantbeeldtelevisie – een platte, dat wel. Met zo’n beeldscherm dat prima functioneerde tot ‘men’ het ineens storend vond dat het beeld links en rechts ophoudt op een punt waarop je normaal je hoofd zou draaien om verder te kijken. Ik heb het altijd prima gevonden, een vierkante weergave van de werkelijkheid. Heerlijk om niet al te ver met je ogen naar links en rechts te hoeven rollen om de ondertiteling te kunnen lezen. Dat was de verkoper niet met me eens. Daar ging zijn belangrijkste verkoopargument, dat een brede weergave veel levensechter en dus veel beter is dan een vierkante.

Iets anders waar we ook niet helemaal uit kwamen, was de mate van vertekening van het beeld van de breedbeeldtelevisie. Hij vond het ‘toch best meevallen’, in ieder geval niet iets om je aan te ergeren. Maar dat doe ik wel, dat weet ik nu al, ik zie de vertekening, al is die maar een fractie. Ik wil de werkelijkheid zien, desnoods een vierkante, geen benadering. Ik ga erop zitten letten als ik tv kijk, ik kan nooit meer tv kunnen kijken zonder dat ik denk: die mevrouw is in werkelijkheid twee milimeter smaller. Er zou niets anders opzitten dat alleen nog maar breedbeelduitzendingen te gaan zitten kijken.

Toen de beatmaster aan de verkoper vroeg of hij even naar een smalbeeldprogramma wilde zappen om de vertekening van de twee schermen met elkaar te kunnen vergelijken, floepten Halina Reijn en Joris Luyendijk in beeld. Ha, de herhaling van Zomergasten! De verkoper zal gedacht hebben: bingo, beter had ik het niet kunnen treffen, dit is ongetwijfeld het lievelingsprogramma van deze twee mensen, die eruit zien alsof ze wel eens een boek lezen, zeker die meneer, want die heeft ook nog eens zo’n intellectueel brilmontuur. Maar de beatmaster en ik keken elkaar aan en moesten een beetje grinniken.

De beatmaster kent mijn, laten we zeggen ambivalente houding tegenover Zomergasten. Elke zomer probeer ik het weer, even testen of ik er inmiddels wél aan toe ben. Maar als ik het einde van de uitzending haal, is dat met hangen en wurgen. Ik word vaak een beetje obstinaat van al die filosofische bespiegelingen door (quasi)intellectuelen en kunstenmakers over kwaliteitstelevisie van weleer. En daarin sta ik blijkbaar nogal alleen, want in de kringen waarin ik verkeer vindt bijna iedereen Zomergasten het beste wat de Nederlandse televisie ooit geboden heeft. Elk voorjaar weer de vraag die de hele goegemeente bezighoudt: wie gaat Zomergasten dit jaar presenteren? Er worden nog net geen wedjes gedaan. En ook wel belangrijk: welke gasten zal hij of zij uitnodigen? Of een variant erop: welke zomergasten zou jij dit seizoen willen zien? Of een vraag die ik dan wél weer interessant vind: stel dat jij zomergast was, welke fragmenten zou jij dan willen terugzien? Voor mij in ieder geval geen oude aflevering van Zomergasten. Maar nu dwaal ik af.

Met Zomergasten en mij zal het nooit wat worden als ik dit programma ook nog ’s in breedbeeld moet kijken, dus we hebben de breedbeeldtelevisie laten staan. We volgen het advies van de verkoper op en denken er (anders) nog even over na.

Els | 9:37 am

Comments (12)

25-08-2006

I’m your worst voorinzage-nightmare

Vandaag staan Neil en ik in het Parool, met foto en stukje, in de PS Wonen. In een artikel over Amsterdammers die verhuisd zijn naar de periferie. Haarlem, Zaandam enzo. Toen de journalist van het Parool me aan het interviewen was, dacht ik: dit wordt vast weer zo’n artikel met de strekking dat Amsterdam de mooiste stad van Nederland is en dat het in elke andere naburige stad ook wel leuk wonen is, maar toch een beetje behelpen. Dan heeft ze aan mij een goeie, want als mensen mij vragen hoe het ermee gaat, begin ik altijd eerst uitgebreid te vertellen wat er allemaal aan scheelt en wat beter zou kunnen, want ik ben een beetje grumpy van aard, en daarna dat het eigenlijk ook allemaal wel meevalt, want overall ben ik toch een heel gelukkig mens. Maar dat moet ik altijd aan het slot van zo’n gesprek nog wel even benadrukken.

Dus ik heb de Parool-mevrouw tien minuten na het gesprek nog weer opgebeld om te verifiëren: ‘Het is toch wel overgekomen dat ik het heel erg fijn vind in Haarlem, hè?’ ‘Nou,’ zei ze, ‘dat zet ik er nog wel even bij in een zinnetje.’ En ik heb voorinzage gevraagd, ook al ging het om een stukje van maar 200 woorden, want ik ben een control freak.

Toen ik het gemailde stukje aan de beatmaster liet lezen, vroeg hij beteuterd: ‘Maar ik dacht dat je gelukkig was, hier in Haarlem. Vind je het hier dan echt zo vreselijk? Je bent wel een beetje negatief.’ Fuck. Ik ben heel gelukkig in Haarlem, echt waar. Maar dan heb ik me blijkbaar een beetje ongelukkig uitgedrukt. Wat als mijn Haarlemse buren dit lezen? Ze zullen me maar een elitair stadswicht vinden, zo’n Amsterdamse grachtengordelsnob. Ze zullen me geen blik meer waardig keuren, ze zullen me verstoten.

Ik mailde de mevrouw van het Parool terug dat ik op een feitelijke onjuistheid – zo zeg je dat – was gestuit. Dat de beatmaster niet uit Haarlem komt, maar uit de Bollenstreek (en daar is hij trots op). En ik bespeurde nog wat andere ongelukkige formuleringen. Vond ik dan, hè. Ok, ik liet me een beetje gaan. Maar hé, mijn Haarlemse street credibility stond op het spel. En waar ik me nog het meest voor schaam, ik heb in het mailtje mijn waslijst aan ’suggesties’ ingeleid met de zin ‘Leuk stukje, hoor. Een paar kleine dingetjes…’ Als er iets is waar je een journalist mee tot razernij kunt drijven, dan is dat achteraf moeilijk gaan zitten doen over dingen die je wel zo gezegd hebt, maar eigenlijk niet zo had bedoeld, vervolgens de complete tekst gaat zitten herschrijven en dat eufemistisch ‘een paar kleine dingetjes’ noemen.

Ik denk niet dat ze me nog leuk vindt, de Parool-journalist. En ik weet niet of ik ooit nog eens aan zoiets meewerk. Ik ben hier geloof ik niet zo geschikt voor.

Els | 8:39 pm

Comments (6)

18-08-2006

Sentiment

Maandag zit mijn zomervakantie erop en ga ik weer aan het werk. Dat kan ik pas als ik mijn hoofd op orde heb. Daarom ben ik alvast begonnen met planningen en lijstjes maken. Mijn kantoor heb ik opgeruimd, mijn bureau is leeg. De oud-papierbak ook.

Afgelopen week heeft de beatmaster heel vakkundig nog wat inspirerend herderinnetjesbehang opgehangen. Dat had mijn werkkamer nodig. Hij was nog veel te steriel, te kantoorachtig, hij moest iets huiselijker worden. Het liefst had ik ons hele huis met herderinnetjes behangen, maar zo is het ook goed.

Bij het opruimen van de kamer kwam ik behalve die vermaledijde stapel cd’s ook nog een stuk of tweehonderd cassettebandjes tegen. De beatmaster ergert zich er een beetje aan. Ik heb hem beloofd dat ik er nog eens kritisch naar zou kijken en het leeuwendeel weg zou gooien, maar dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. De een bewaart zijn dagboeken, ik ben gehecht aan mijn cassettebandjes. Er zit zo veel huisvlijt in al die geschreven hoesjes, er kleven zo veel herinneringen aan, ze zijn er een beetje plakkerig van. Als ik ze ooit moet weggooien, dan bewaar ik op zijn minst alle hoesjes. Misschien peuter ik de stickertjes er ook nog wel af.

Even tussendoor, nu is het net alsof de beatmaster een boeman is, omdat hij me dwingt om afscheid te nemen van mijn dierbaarste bezit. Maar hij heeft hiertoe het volste recht. Bij onze vorige verhuizing heb ik de bierglazenverzameling van de beatmaster weggegooid. Hij zei dat het mocht, dat weet ik zeker, tenminste, dat meen ik me te herinneren, maar toch voel ik me daar nog steeds een beetje schuldig over. Dus ik ben een slechte echtgenote als ik nu zeg dat hij de pot op kan met zijn opruimzucht.

Dus…

Ik zal de cassettebandjesverzameling reduceren tot één doos met mijn dierbaarste bandjes. Bijvoorbeeld mijn bandje uit 1994 met liveoptredens van mijn favoriete bands van toen in de VPRO-studio met stukjes Lotje IJzermans erdoorheen. En mijn ‘prutsbandjes’, met zomaar liedjes van de radio. Met soms drie keer hetzelfde liedje erop, omdat ik het zo mooi vond. En de bandjes die concertvriend P. in mijn weekendtas stopte als ik weer op huis aan ging na een avondje dansen in het Paard, de Eland of LVC. Met Sloan, Sebadoh, Sultans of Ping FC, Smog, Sparklehorse, Stereolab, Silver Jews, Stigmata A Go Go – ik kijk nu even in de doos met de S. En het bandje van toen ik de Top 40 Radiorebus won, de slechtste plaat van Elton John óóit kreeg (Reg strikes back), in de studio mocht komen bij Erik de Zwart, Manchild van Neneh Cherry mocht aankondigen en de groeten mocht doen. En nog wat zelfgemaakte popquizzen uit het pre-mp3-tijdperk. Ik denk niet dat ik aan één doos genoeg heb.

Els | 10:28 am

Comments (22)

17-08-2006

Gratis af te halen

Van de halve meter cd’s die de beatmaster en ik dubbel hadden toen we de collecties ineenschoven, zijn er nog een stuk of twintig over die we aan de straatstenen niet kwijtraken. Van sommige titels verbaast dat me niets – Dirt van Alice in Chains heb ik ook maar gewonnen – maar waarom we nog niemand blij hebben kunnen maken met het halve oeuvre van Pulp en het meesterwerk Modern life is rubbish van Blur is mij een raadsel.

Het liefst stop ik het hele zaakje in een grote doos, die ik vervolgens opstuur naar iemand die minimaal drie titels op hun waarde weet te schatten en de rest desnoods wegkiepert. Zelf kan ik geen cd’s wegkieperen. Om van die dozen vol cassettebandjes onder mijn bureau nog maar te zwijgen.

  • Alice in Chains – Dirt
  • Beck – Odelay
  • The Bluetones – Expecting to fly
  • Blur – Modern life is rubbish
  • Blur – Blur
  • Echobelly – Lustra
  • Cast – All change
  • Elastica – Elastica
  • The Farm – Spartacus
  • The Jam – Best of
  • The Kinks – Best of
  • London Calling 1997 en 1998 verzamelaars
  • Pulp – This is hardcore
  • Pulp – Different class
  • The The – Dusk
  • Trainspotting soundtrack
  • The Yardbirds – Little games
  • Wie maakt ons los?

    Els | 11:21 am

    Comments (11)

    15-08-2006

    Pijn

    Het was de nacht voor mijn eindexamen Latijn. Ik werd wakker met enorme buikpijn, strompelde slaapdronken naar beneden, zat een half uur op de wc, liep daarna nog even de huiskamer in en daar viel ik om. Flauw. Heel even, ik was meteen weer bij. Van de buikpijn, het zal de spanning zijn geweest. Ik was een zenuwpeesje. Het liedje dat ik in mijn hoofd had en waarvan het gemene gitaarloopje als een mantra door mijn lijf gierde, was Caged Bird van Victim’s Family. Dat stond op een verzamelbandje dat ik in die tijd veel draaide, met de hoogtepunten van VPRO’s Song van het Jaar 1990-competitie (‘Nineteen Ninety Hits Báck!’). Het was de nummer 16 uit de lijst. Geen parate kennis, even opgezocht. Als ik midden in de nacht wakker word met pijn, waar dan ook, dan hoor ik altijd dit liedje. Al jaren. Niet dat ik al jaren ergens pijn heb, maar het komt al jarenlang sporadisch voor.

    Het is midden in de nacht, zestien jaar later. Ik werd een half uur geleden wakker met onwijze kiespijn en omdat Lola over mijn kussen liep. Ik werd wakker met een wijsje in mijn hoofd, zoals elke ochtend. Ik sta er niet altijd bij stil, maar ik weet dat het zo is. Maar, maar, maar dit is Sons of the Stage van World of Twist! Heel even voel ik mijn kies niet meer, ik ben perplex en een beetje euforisch. Dit is heel bizar! Ik las erover, de bandnaam en titel klonken mij vaag bekend in de oren, maar ik kon niet meer bedenken hoe het nummer klonk, ik word twee etmalen later wakker en het zit in mijn hoofd. De combinatie van pijn en slaapdronken zou normaal Victim’s Family bij me moeten oproepen, maar het wordt overstemd door World of Twist. Als ik beneden kom, snap ik waarom: er plakt een enorme naaktslak in het etensbakje van Lola. Getver. Wat een creepy samenloop van omstandigheden, hoe groot is de kans dat dit me nog eens overkomt. Sons of the Stage, Caged Bird, de naaktslak maakt het verschil.

    Els | 6:01 am

    Comments (1)

    09-08-2006

    Poepfobie

    Eerst een stukje over zeemeeuwen, toen een stukje over vleermuizen. Twee stukjes over engerds met vleugels, je zou er bijna een patroon in gaan ontdekken. Waar zou het stukje van vandaag over gaan? De albatros? Jan Vayne? Heeft Els soms een vogeltrauma?

    Ja en nee. Er lijkt zich inderdaad een rode draad af te tekenen in de stukjes van de laatste tijd, daar hoef je geen psychotherapeut voor te zijn om die te ontdekken, maar de rode draad is niet ‘vleugels’. Wat dan wel, wordt u wellicht duidelijk als ik u vertel waar ik vandaag over wilde gaan schrijven, nog voordat ik de rodedraadtheorie bedacht. De luiers van Neil.

    De Franse buitenlucht heeft iets met Neils stofwisseling gedaan. In plaats van één flinke poepluier per dag produceert hij er sinds vorige week wel drie. Kleinere, maar ze stinken net zo erg. Een score van 3 uit 5 op een dag, dat maakt het het wel erg lastig om telkens toevallig nét niet aan de beurt te zijn als zo’n poepluier verwisseld moet worden en zo buiten schot te blijven.

    Tot voor kort leegde ik de luieremmer eens in de twee dagen – ik bedenk me nu, vandaar het gedachtestreepje, dat de meeste moeders waarschijnlijk al gruwelen bij de gedachte dat de emmer om de dag wordt geleegd, dus ik zal maar niet zeggen dat ik de emmer soms maar eens in de drie dagen leeg. De luieremmer van Neil vulde zich net zo snel als de kattenbak in de achtertuin, dus dan kon ik mooi één doodie bag maken: een vuilniszak vol verzadigde kattenbakkorrels van Lola en Bibi en de dampende Kruidvat-luiers van Neil. Bijkomend voordeel: dan weet je dat je met die vuilniszak extra voorzichtig moet zijn bij het buitenzetten.

    Maar Neils opgevoerde poepfrequentie vraagt om een nieuwe manier van afvalverwerking. Elke poepluier isoleer ik in een boterhamzakje, dat linea recta de vuilnisbak ingaat in plaats van via de luieremmer. Zo kan ik nog steeds de luieremmer om de twee à drie dagen legen in een doodie bag, want die piesluiers stinken lang niet zo erg. Ik weet niet hoe andere moeders dat doen – vreemd genoeg is dit zelden een gespreksonderwerp – maar ik vind het handig en Neil vaart er wel bij.

    Is inmiddels de rode draad duidelijk? Angst voor zeemeeuwenschijt, huiver voor vleermuizenbolussen (vleermuizenboli?) en een afkeer van poepluiers, ik ben gewoon een scheiterd.

    Els | 9:34 pm

    Comments (6)

    06-08-2006

    Au secours, een vleermuis!

    De komende dagen enkele impressies van onze vakantie in La Pinière, een boerderij (plus zwembad – amper gebruik van gemaakt, maar het klinkt zo lekker) gelegen tussen St. Jean en St. Germain, twee dorpjes aan de rivier de Indre ter hoogte van het pittoreske Loches. Dat ligt in het midden van Frankrijk en dan twee centimeter naar het westen, afhankelijk van de schaal van de kaart die je voor je hebt liggen.

    In onze slaapkamer, op de zolder van de boerderij, zaten vleermuizen. Dat wisten we niet, totdat ik maandagavond mijn tanden wilde gaan poetsen, het licht aandeed en er een zwart ding rakelings langs mijn hoofd scheerde. Au secours, au secours, een vleermuis! De beatmaster zei ‘huu’, trok zijn laken over zich heen, maar toonde verder weinig daadkracht. Ook mijn vader, die uit een familie stamt die normaal wel raad weet met wespen, mollen, eksters, vossen en andere dieren die je liever niet op je erf hebt, wist niet direct een manier om het euvel te verhelpen.

    Met ongepoetste tanden ben ik in bed gekropen, diep onder de dekens, zodat ik het angstaanjagende geluid van de beestjes niet kon horen en om te voorkomen dat ze te dichtbij zouden komen. Een flats zeemeeuwenschijt op je hoofd is wat, zie vorige stukje, maar een vleermuizenbolus krijg je helemaal zo lastig uit je haar.

    Waar ik me achteraf nogal voor schaam – eigenlijk deed ik dat ook al op het moment zelf en nóg kwam ik niet in actie, dat is nog het allerergste, nog erger dan de kwistigheid waarmee ik de laatste tijd met gedachtestreepjes strooi – is dat ik niet eens onder mijn laken vandaan durfde te kruipen om er eentje over het campingbed van Neil te spannen. Daar lag hij, overgeleverd aan de wilde dieren. Ze hadden met hem kunnen doen wat ze wilden. Ze hadden hem kunnen bijten, ontvoeren, eerst bijten en dan ontvoeren, je moet er niet aan denken. Ik heb mijn bloedeigen zoon blootgesteld aan gevaar om mijn eigen vege lijf te redden. Een slechte moeder, dat ben ik. Zo slecht dat de vleermuizen me niet langer een blik waardig keurden. Ze hebben zich die nacht nog een paar keer geroerd en toen keerde de rust weder.

    Els | 9:02 pm

    Comments (5)