23-02-2006

Het moederbedrijf

Mag ik even klagen?

Fijn.

Mijn zwangerschapsverlof zit er alweer bijna twee maanden op, maar van werken komt niet veel. Neil is drie dagen naar de oppas, zodat ik op die dagen omzet kan draaien, targets kan halen en mezelf kan ontplooien. Maar op die dagen zit ik vooral voor me uit te staren en te wachten tot het weer tijd is om Neil te gaan halen. Toen Neil nog niet geboren was, maakte ik werkdagen van acht tot zes en zat ik ’s avonds en in het weekend ook nog achter mijn pc. Nu blijft er van een werkdag – waarvan ik er officieel nog maar drie heb – effectief zes uur over. Afgerond naar boven. Zo’n dag begint om half tien en eindigt om half zes en dan ben ik ook nog twee uur op een dag kwijt aan kolven. Op een dag waarop Neil gewoon thuis is, ben ik bijna net zo productief.

Wat me nog het meest tegenvalt aan werken is dat mijn geheugen, denkvermogen, taalinzicht, concentratievermogen en creativiteit het laten afweten. Dat zal een combinatie zijn van hormoongedoe en chronische vermoeidheid, en is hopelijk van tijdelijke aard. Ik kom niet uit mijn woorden, verhaspel vaste uitdrukkingen, weet soms ineens niet meer hoe je ‘fokschaap’ spelt, vergeet wat ik ook alweer wilde zeggen, zoek constant afleiding en denk in kringetjes. Mijn werk lijdt daar in zoverre onder dat ik overal twee keer zo lang over doe. Die uren zijn voor eigen rekening, dus daar merken mijn opdrachtgevers weinig van. Maar dat werkt niet echt lekker, nee. En rijk word je er ook niet van.

Vroeger meende ik enige status te ontlenen aan mijn werk. Het voelde goed om freelance journalist te zijn, ik was er trots op. Maar nog maar drie dagen in de week iets doen wat lijkt op werken, voelt niet professioneel. Ik ben blij dat ik volgende week weer een nieuwe doos visitekaartjes krijg, en briefpapier met adresstickers waarop staat dat ik ‘Els Meijers, tekst en journalistiek’ ben, want dat zou ik anders bijna vergeten.

Overigens, als ik Neil op schoot heb, heb ik nergens last van. Dan kan werk me gestolen worden, voel ik me rijk en zou ik willen dat ik fulltime moeder was.

Els | 3:10 pm

Comments (7)

21-02-2006

Kaasfondue

Als ik in het Slotervaartziekenhuis ben, word ik altijd een beetje emotioneel. Van het idee dat ik straks ook weer heelhuids het parkeerterrein moet verlaten, dat ook. Maar vooral omdat ik dan weer voel en ruik hoe ik me voelde en hoe het er rook toen ik in dit ziekenhuis werd opgenomen om te bevallen van Neil. Toen Neil nog ‘de baby’ heette, in een ander leven. Het waren zware maar fijne dagen en ik denk er nog vaak aan terug.

Vanmorgen moest ik in het ziekenhuis zijn om een uitstrijkje te laten maken. Twee jaar geleden heb ik een lisexcisie gehad en eens in de zoveel tijd wil de gynaecoloog nog even de baarmoederhals controleren. Vandaag voor het laatst, want alles zag er spik en span uit.

Op de poli gynaecologie heerst doorgaans een gemoedelijke sfeer. De doktersassistenten zijn er vriendelijk – je denkt dat dit normaal is, totdat je de doktersassistente van de poli kindergeneeskunde ontmoet – en de dokters weten je prima op je gemak te stellen. Toen ik op mijn allercharmantst in de spiksplinternieuwe, state of the art onderzoeksstoel had plaatsgenomen en de dokter een blik naar binnen had geworpen, legde hij even aan de arts in opleiding uit wat deze zoal zou moeten kunnen opmaken uit het panorama dat zich voor hem ontvouwde. Hij trok een parallel met kaasfondue – ik zal u verdere details besparen – en daar moest ik zo om lachen dat de eendenbek er zowat weer uitfloepte.

Met een recept voor ijzerpillen – de dokter vond dat ik er een beetje bleek uitzag – liep ik weer terug naar de auto. Ik moest achteruit uitparkeren, niet echt mijn specialiteit, vooral niet op krappe parkeerterreinen. Gelukkig was er genoeg ruimte om te draaien, want de plek rechts naast onze auto was vrij. Nog wel, want ik zag een auto naderen waarvan de bestuurder het duidelijk op die lege parkeerplek gemunt had. Toen bedacht ik een plan. Ik deed alsof ik heel dringend iets uit de auto moest halen, aan de rechterkant. Daar wilde bestuurder niet op wachten en hij reed door. Ik kon mezelf wel zoenen.

Dit was waarschijnlijk de laatste keer dat ik in het Slotervaartziekenhuis ben geweest. Neil is ontslagen – zijn nek en heupen zijn oké – en ik ook. Bezoekers kunnen dus weer veilig hun auto parkeren.

Els | 1:50 pm

Comments (5)

09-02-2006

De veilige parkeerhaven

Wij wonen in de smalste straat van Haarlem. Als je er doorheen rijdt met de auto, heb je links en rechts nog maar tien centimeter over voor je een autospiegel raakt. In mijn perceptie. Maar ik zit er niet ver naast. Je auto parkeren is een crime. Gelukkig hebben wij een parkeerplek voor de deur waar je je auto gewoon in kunt rijden zonder ook maar tien graden aan je stuur te hoeven trekken. In een bocht. Waar je naar links zou moeten sturen, met de bocht mee, doe je niks. Behalve op tijd remmen. En dan heb je één twee drie hopla je auto geparkeerd. Echt een wijvenparkeerplaats dus. Er wordt om gevochten, ik zweer het je.

Omdat nog meer vrouwen in de straat op ‘onze’ parkeerplaats azen, moet ik de auto ook wel eens een stuk verderop zetten, tussen twee auto’s in. Achteruit inparkeren, of hoe je dat noemt, kon ik best aardig op mijn examen. Maar in zo’n smal straatje als het onze bak ik er niks van. Daarom heb ik twee rijlessen genomen om opnieuw te leren inparkeren. En daar schaam ik me niet voor! De instructeur kan zijn ‘discrete lesauto’ – speciaal voor ‘aparte gevallen’, zoals de mevrouw aan de telefoon zich eufemistisch uitdrukte – dus gerust thuislaten en ik vind het ook helemaal geen probleem om thuis opgehaald te worden. De buren mogen best zien dat ik extra lessen neem. Dat zien ze vast liever dan een kras op hun auto.

Els | 2:42 pm

Comments (5)

07-02-2006

Bag lady

Ik ben geen tasjesmens; ik ben een tassenmens. Tasjes zijn te klein voor alle spullen die ik standaard bij me draag als ik de deur uit moet. Zoals daar zijn:

mijn telefoon
mijn sleutels
mijn Labello
mijn tampons
mijn intieme doekjes
mijn hele grote agenda
mijn hele grote portemonnee
mijn haarelastiekjes
mijn haarspeldjes
mijn kissproof lipstick
mijn rol Aldi-mentos
mijn Moleskine-aantekeningenboek
mijn Ikea-potloodjes
mijn plattegrond van Haarlem
mijn strippenkaart
mijn papieren zakdoekjes

Zie dat maar ’s kwijt te raken in een doorsnee handtasje. En dan heb ik nog niet eens een mp3-speler. Maar ik ben wel hip, hoor. Ik heb een vetgave olijfgroene Crumpler-laptoptas. Met uithaalbaar laptopbinnenvak. Heel handig om luiers, zoogkompressen, spuugdoekjes en andere babyreut in te stoppen. Maar niet als er ook nog een laptop in moet.

Daarom heb ik nu twee tassen: een laptoptas en een babyreuttas. Niet zomaar eentje, een fabelachtig prachtige luiertas van Habadie, want ik ben een hip moeke. Een luiertas waarvan er geen duizenden op de wereld zijn, een rood/groene die uitstekend matcht met mijn groene laptoptas, Neils groene muts en onze rode kinderwagen. Een luiertas met een binnenvak voor mijn telefoon. Ik moet er dus eigenlijk nog een telefoon bij hebben. Een geheime telefoon, waarvan ik het nummer alleen aan mijn geheime minnaars geef. Maar dan moet ik ook nog een paar geheime minnaars hebben. Een luiertas met een handige, afneembare fleshouder. Nu alleen nog een baby die uit die fles wil drinken.

Els | 1:33 pm

Comments (8)

05-02-2006

Slim fast

Ik kan weer in mijn spijkerbroek. Hiehaaa! Hij zit nog wel een beetje Def Leppard, maar de knoop kan dicht en dan kan ik nog steeds ademhalen. Per dag schuif ik drie ontbijtcrackers, acht boterhammen en een half tot een heel pak koekjes naar binnen, ’s avonds schep ik twee keer op en toch ben ik in drie maanden meer dan tien kilo afgevallen. Els, wat is je geheim? Borstvoeding geven, vermoed ik. Als ik het advies van de World Health Organization opvolg en doorga met borstvoeding geven tot Neil op een keer zegt ‘mama, wat doe je nou?’, dan heb ik tegen die tijd maatje 36.

Els | 12:27 pm

Comments (7)