30-11-2005

Moeder gaat op stap

Het had weinig gescheeld of mijn rentree in het openbare leven was een niet zo charmante geweest. Toen ik maandagavond op het punt stond de deur uit te gaan, zag ik gelukkig nog net op tijd twee zoogcompressen door mijn trui heen steken. Stop maar ’s twee koffiepads onder je trui, dan snap je wat ik bedoel.

Maar goed, we gingen dus naar de cd-presentatie van Dagen van gras, dagen van stro van Spinvis in Desmet. Zonder man, en, nog ingrijpender, zonder kind. Voor de eerste keer sinds de bevalling. Maar Els, waarom valt uitgerekend Spinvis deze eer te beurt? Had je je melk niet beter kunnen bewaren voor, pak ‘m beet, Jon Spencer, die aanstaande vrijdag met Heavy Trash in Paradiso speelt? Jij had toch weinig op met Spinvis? Heb je niet allerlei lelijke dingen over zijn debuutplaat gezegd? Dat je, als je intellectueel wilt doen, wel naar het museum gaat? En dat je kriegel wordt van dat artistieke gedoe van die kunstenmaker, die pseudo-poezie? Klopt. Heb ik inderdaad gezegd. Maar soms moet je je mening herzien.

Sinds ik twee jaar geleden Spinvis in Paradiso zag, met orkest, hoor je mij geen lelijke dingen meer over Spinvis zeggen. Ik kwam voor het voorprogramma, Meindert Talma, en zou proberen de hoofdact, Spinvis, uit te zitten. Het liep anders. Meindert Talma had volgens mij zijn dag niet; Spinvis met orkest was bijna om te huilen zo mooi. Niks geen knip- en plakwerk van een zonderlinge huisvader op een zolderkamertje in Nieuwegein, het beeld dat doorgaans van Spinvis wordt neergezet. Ik zag een professionele, zelfverzekerde orkestleider die volop genoot van het optreden. Een entertainer met steengoeie muzikanten om zich heen verzameld. Sindsdien luister ik met andere oren. Ik moet vooral niet mijn best doen om er meer in te horen dan prachtige muziek met slimme tekstvondsten. Dan gaat het goed met mij en Spinvis. Uitstekend zelfs.

Meer over de cd-presentatie lees je op Dertigers, a.k.a. de Spinvis Gazette. Wat zal ik er nog meer over zeggen? Ik wil er eigenlijk niet meer over zeggen. Toen ik er maandag intelligente dingen over probeerde te zeggen, kwam er ook niet meer uit dan: Ja, mooi. Heel mooi. Wat een mooie liedjes toch. Shit, ik zou best even willen zitten. Ik weet niet wat ik het mooiste liedje vind. Die xylofoonspeler is best een lekker ding. Ja, ik denk dat ik Dagen van gras, dagen van stro mooier dan zijn voorganger vind.

En toen wilde ik naar huis, want ik miste Neil. En zijn vader.

Nu draai ik de hele dag Dagen van gras, dagen van stro. Deels uit nood geboren, omdat de andere cd’s nog in verhuisdozen zitten, maar vooral met plezier. De nummers zijn bijzonder meezingbaar. Fijne plaat om borstvoeding bij te geven, dat ook. Ik weet nog steeds niet wat ik het mooiste liedje vind. Dat wisselt per voeding.

Els | 5:43 pm

Comments (4)

28-11-2005

Get the picture

Foto: moeder en zoon
Foto: Neil ontdekt zijn vingers

Els | 5:45 pm

Comments (16)

24-11-2005

Dwarsligger

In februari van dit jaar besloot ik om tot 1 januari 2006 niet op een weegschaal te gaan staan. Ik was niet van plan mijn rozewolkgevoel te laten bederven door het tellen van kilo’s. De kilo’s die ik zou aankomen, zou ik er in 2006 gewoon weer vanaf diëten met Weight Watchers afdeling Haarlem. Dat zou meteen dé manier zijn om te integreren in de lokale samenleving, want zo veel mensen ken ik hier nu ook weer niet. Ik zou heel veel nieuwe vriendinnen maken, dikke vriendinnen. En ik zou natuurlijk alleen maar vriendinnen uitkiezen die minstens tien centimeter dikker zijn dan ik.

Maar zo veel valt er nou ook weer niet af te vallen. Toen ik de dag voor de keizersnee op controle was bij de anesthesist, moest ik op de weegschaal gaan staan. Ik mocht mijn ogen dicht houden, maar ik heb toch stiekem gekeken. Ik woog op de kop af honderd kilo. Dat is vijftien kilo meer dan ik begin dit jaar woog. Van die vijftien kilo’s waren er vier van Neil. En trek daar dan ook nog eens nog een halve liter bloed en een heleboel vocht vanaf, dan kom je al een heel eind in de buurt van 85 kilo. Fijn om te weten, maar het beheerst mijn leven niet. Dat is ook wel eens anders geweest.

Nee, tegenwoordig zijn het de grammen die Neil per week aankomt die mij bezighouden. Hoe zwaarder, hoe beter. Tot op zekere hoogte natuurlijk, want een vetklep moet hij niet worden. Vanmiddag waren we op controle bij de consultatiearts. De hamvraag was natuurlijk: hoeveel weegt het mannetje inmiddels? 4.835 kilo. Neil vaart dus wel, zeer wel.

Waar ik wel van schrok, is dat Neil een verwijsbriefje heeft gekregen voor de fysiotherapeut vanwege, ik citeer: ‘myogene torticollis, flinke VKH’. VKH staat voor voorkeurshouding. Neil neigt sterk naar rechts. Niet alleen met zijn hoofdje, zijn hele bovenlichaam trekt een klein beetje scheef, als je erop let. Heb ik hem dan toch je hardhandig uit de wieg getild? Had ik vaker moeten proberen zijn hoofdje naar links te leggen? Heb ik hem voor zijn leven beschadigd? Staat straks Bureau Jeugdzorg op de stoep? Is gedwongen anticonceptie mijn lot? Neil lijdt er niet onder, maar het is goed dat er een dokter naar z’n VKH kijkt.

De consultatiearts had wel door dat ik niet echt blaak van het zelfvertrouwen. Het huilen stond me nader dan het lachen. Het lieve mens gaf me wat peptalk en opgelucht keerden we huiswaarts. Neil is gewoon een dwarsligger, altijd al geweest.

Els | 6:55 pm

Comments (7)

23-11-2005

Mohammed

We wonen inmiddels ruim een week in een nieuwe straat in een nieuwe stad, maar onze buren kennen we nog niet. De beatmaster en ik hebben ettelijke pogingen ondernomen om onszelf netjes aan hen voor te stellen, maar dat wil tot nu toe nog niet zo vlotten. Telkens als we denken: dit is een goed moment, nu bellen we even aan, dan zet Neil het op een brullen. Dat is geen lekkere binnenkomer.

Ik ben zo nieuwsgierig wie onze buren zijn. Zijn het mensen die klagen over geluidsoverlast en spelende kinderen op de stoep? Zijn het mensen van wie je maar beter geen snoepjes kunt aannemen? Of zijn het mensen bij wie je een babyfoon kunt stallen en kopjes suiker kunt lenen? Er is iets dat mij het gevoel geeft dat we de deur niet bij hen zullen platlopen. Onze linker buren deden gisterenavond het licht uit toen we aanbelden. Ik hoop dat dit toeval is. En onze rechter buurman heeft niet eens een deurbel. Veel onverwacht bezoek zal-ie niet krijgen.

We dachten dat we een manier hadden gevonden om het over zichzelf uitgeroepen sociaal isolement van de buurman te doorbreken. We hebben namelijk een dvd-pakket in discrete verpakking in ons bezit dat aan hem geadresseerd is. De postbode trof de buurman zaterdag niet thuis en vroeg of wij het pakket voor hem in ontvangst wilden nemen. Maar natuurlijk. Zo zouden we wellicht de naam van de buurman te weten kunnen komen. Dat is een begin. Want als Mohammed – zo heet hij dan weer niet – niet naar de berg komt, dan komt de berg naar Mohammed. Vanavond gaat de berg het nog een keer proberen.

Els | 3:09 pm

Comments (5)

21-11-2005

Bloody hell

Had ik jullie al verteld over mijn tepelkloven? Tepelkloven zijn, net als wintertenen, lang niet zo grappig als de klank van het woord doet vermoeden. Tepelkloven zijn een verschrikking. Je leven staat in het teken van baby’s voeden en als dat dan in de soep dreigt te lopen, dan kun je wel janken. Ik tenminste wel.

In het ziekenhuis maakten mijn borsten kennis met de klapkaakjes van Neil. Als een Pac Man-mannetje hapte hij wild om zich heen als hij honger had en voor ik er erg in had, had hij zijn kaakjes al in mijn knoppen gezet. Ik dacht: dat is een goed teken, hij weet ze in ieder geval te vinden. Pas later ontdekte ik dat de pijn die zijn fanatieke manier van happen veroorzaakte, niet bij het geven van borstvoeding hoort. De borst geven hoort nagenoeg pijnloos te zijn. Maar goed, toen was het leed al geschied. Neil hapte tot bloedens toe, letterlijk. Helder bloed stroomde langs zijn mondje. Heel zielig.

De kraamhulp maakte gelukkig korte metten met de kloven. Om mijn borsten te ontzien, werd ik aan een streng kolf- en vingervoedingsregime gezet. Om de drie uur moest ik 100 cc melk uitpersen – daar deed ik toen nog een uur over – en dan duurde het nog anderhalf uur voordat Neil die op had, omdat dat gehannes met zo’n spuitje in eerste instantie nog best tijdrovend was. Daarna had je precies een half uur om iets voor jezelf te doen en dan moest het kolfapparaat weer aangezwengeld worden. Dan is een dag snel voorbij.

De kloven genazen en we konden met een gerust hart afscheid nemen van de kraamhulp. Toen ze me op dag tien nog even temperatuurde, gaf de thermometer 39.2 graden aan. Een borstontsteking? Kon er ook nog wel bij. Vals alarm, gelukkig. Na 24 uur slapen en 4.000 mg paracetamol zakte de koorts weer.

Sindsdien hebben we het kolf- en vingervoedingsregime nog eenmaal moeten instellen, omdat de kloven toch niet helemaal genezen bleken te zijn, en hebben we nog even gedacht dat er spruw in het spel was. Maar nu is de rust aan het tepelfront weergekeerd. Heel af en toe dreigen mijn borsten nog wel eens te ontploffen, maar met behulp van zoogcompressen – door de kraamhulp steevast ‘compressors’ genoemd – houden we het droog.

Els | 2:00 pm

Comments (9)

15-11-2005

Bij oma

Tijdens ons verblijf bij opa en oma Meijers heeft Neil eindelijk kunnen kennismaken met míjn oma Meijers, Neils overgrootmoeder Meijers. Oma Meijers – overgrootmoeder Meijers dus, maar dat klinkt zo afstandelijk – is de negentig al een paar jaar gepasseerd en is inmiddels veertien keer geopereerd. Aan van alles en nog wat. Bij elke operatie verliest oma wat kracht. Het lijkt alsof ze telkens een beetje krimpt. Maar ze is vastbesloten om nog een hele tijd mee te gaan, zeker nu ze sinds kort overgrootmoeder is.

Oma Meijers woont nog steeds ‘zelfstandig’. In haar eigen huis, maar met een heleboel hulp. Mijn moeder kookt voor haar, coördineert de medicijnen en houdt haar, samen met mijn tante, gezelschap als dat nodig is. Mijn vader en mijn broertje rijden af en aan voor hand- en spandiensten. En ten slotte is er ook nog Corrie, oma’s 79 jaar jonge hulp in de huishouding, haar steun en toeverlaat.

Vroeger waren we een beetje bang voor oma Meijers. Ze heeft over alles en iedereen een niet altijd even genuanceerde mening en neemt zelden een blad voor de mond. En als ze haar haar niet in een knotje had, als ze het net gewassen had, leek ze een beetje op een heks. Als we bij oma Meijers op de koffie gingen, lieten mijn ouders altijd doelbewust in het midden naar welke oma we gingen. Als de auto aan het einde van de Nootweg niet rechtsaf sloeg, richting oma Kroon in Loenen aan de Vecht, maar linksaf, richting oma Meijers, barstte er altijd wel een van ons in snikken uit. We gingen liever naar oma Kroon. Die bewaarde tenminste onze tekeningen en kleurplaten. Oma Meijers schoof ze onder het kleedje op het dressoir en dan zag je ze nooit meer terug.

Oma Meijers is vooral een leuke oma als je wat ouder bent. Pas dan zie je dat ze, ondanks haar harde voorkomen, heel erg lief en zorgzaam is. Oma Meijers is apetrots op haar achterkleinzoon. En Neil vond oma ook wel leuk, volgens mij.

Foto: Neil op schoot bij oma Meijers
Foto: Oooh aaah

Els | 3:16 pm

Comments (8)

14-11-2005

Improviseren

Wat doe je als er geen brood meer in huis is? Dan ga je naar de bakker. Wat doe je als je naar de bakker wilt en ontdekt dat er maar één huissleutel is en dat de beatmaster die aan zijn sleutelbos heeft hangen? Dan vraag je de loodgieter, die in de schuur een afvoer voor de wasdroger aan het maken is, of hij even op je huis wil passen en de deurbel in de gaten wil houden, zodat jij zonder huissleutel toch je huis weer in kunt. Dan kijk je op je horloge en zie je dat je nog exact een uur de tijd hebt om je kind in de kinderwagen te stoppen om samen boodschappen te gaan doen voordat hij honger krijgt. Dan haal je je kind uit de wieg. En dan begint deze onbedaarlijk te huilen, omdat hij nu al honger heeft. Dan ben jij de beroerdste niet en voed je hem. En dan, terwijl je wacht tot je zoon een boer laat, komt de loodgieter zeggen dat hij klaar is en ervandoor gaat. En dan kun je fluiten naar je brood.

Els | 3:24 pm

Comments (13)

11-11-2005

Ich bau dir ein Schloss

Alweer een Amsterdamse onderwereldfiguur minder. Het wordt steeds veiliger in Amsterdam. En toch verhuizen we vandaag naar Haarlem, waar heel af en toe in een seksclub wat Hell’s Angels worden omgelegd, maar waar het verder vrij leefbaar en rustiek wonen is.

Neil en ik bivakkeren al een paar dagen bij opa en oma in Loosdrecht. Ondertussen heeft de beatmaster in Haarlem ons huis woonklaar gemaakt en in Amsterdam de verhuisdozen ingepakt. Terwijl moeder de vrouw haar baby zoogt, bouwt de pater familias een huis. Hoe traditioneel wil je het hebben.

Morgen komt de beatmaster ons ophalen en brengt hij ons naar ons nieuwe huis. Van de verhuiswerkzaamheden krijg ik weinig mee. In logistieke zin kan ik weinig bijdragen – ik mag niet tillen – en ik zou me alleen maar druk gaan maken. En dat is slecht voor de melkproductie. Daarom zijn Neil en ik naar Loosdrecht geëvacueerd. Daar komt nog bij dat ik niet zo goed tegen verhuizen kan. Ik ben slecht in afscheid nemen, ik kan moeilijk los-la-ten.

De beatmaster verdient een lintje. Hij is al twee weken aan het klussen, ziet zijn kind maar af en toe en moet dan ook nog ‘ns voor zijn vrouw zorgen, die als moeder nog steeds haar draai niet helemaal gevonden heeft. Morgen wonen we met ons drieën in een nieuw huis, een grotemensenhuis met trappen en een hypotheek. Morgen wordt alles anders. En Neil, die heeft niets in de gaten.

Els | 10:35 am

Comments (17)

06-11-2005

Cut and paste

Herr Meijer vroeg in het reactiedinges van twee stukjes terug of ik de laatste tijd nog een goeie plaat heb gehoord. Het antwoord luidt: neen. Sinds de bevalling heb ik de radio niet meer aan gehad en geen cd meer opgezet. De cd’s zitten in verhuisdozen en komen daar komend weekend pas weer uit. En de radio komt niet over de herrie van het kolfapparaat heen.

Twee weken geleden, in de operatiekamer van het Slotervaartziekenhuis, heb ik voor het laatst naar de radio geluisterd. Naar Radio 10 Gold, wel drie kwartier lang. Zo lang duurde het voordat én de anesthesist én de gynaecoloog ter plaatse waren voor de keizersnee. De gynaecoloog die de ingreep zou doen, was met lunchpauze gegaan en toen zijn plaatsvervanger was opgetrommeld, was de anesthesist weer onvindbaar. Of net andersom, daar wil ik vanaf zijn. De situatie had in elk geval iets weg van een blijspel.

De vrijdagmiddagsfeer zat er inmiddels goed in. Het o.k.-personeel was in een opperbeste stemming. Tussen alle blindedarmen, galblazen en heupen door is zo’n keizersnee een leuk verzetje. De verpleegkundigen haalden herinneringen op aan hun eigen bevallingen, klaagden over de files en maakten Debiteuren Crediteuren-achtige grapjes over de gynaecoloog die met lunchpauze was gegaan. Toen alle essentiële personen eenmaal ter plaatse waren en de ruggenprik was gezet, kon het aftellen beginnen. Terwijl het zeiltje dat ons het zicht op de snee moest ontnemen, boven mijn buik werd gespannen, was de gynaecoloog al aan het snijden geslagen. Toen ik vroeg wanneer hij ging beginnen, was hij al bijna klaar.

Ondertussen concentreerde ik me op de muziek. De totale ingreep duurde ongeveer zo lang als ‘Everybody’s changing’ van Keane – van dit nummer krijgen de beatmaster en ik altijd een lachstuip en ook nu kon ik mijn lachen nauwelijks inhouden, ‘Dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato en één minuut van het ANP-journaal. En toen zei de gynaecoloog dat het zo ver was en dat de vader maar even moest opstaan, zodat hij kon zien hoe de baby ter wereld kwam. Ik hoorde de beatmaster een ‘ooh’ en een ‘aah’ slaken en toen ik vroeg wat het was, zei hij: het is een jongen! En toen moest ik huilen.

Els | 10:54 am

Comments (14)

05-11-2005

Get the picture

Jullie wilden een foto? Jullie krijgen er twee! Dit is nou Neil, nog geen vier uur na de bevalling. En dit is een foto van de trotse moeder, die voor de eerste keer met man en kind een frisse neus gaat halen. Nu is het hek van de dam; er zullen nog vele foto’s volgen.

PS: ik tik dit stukje met rechts, terwijl ik met links aan het kolven ben. Woo! Daar zal ik maar geen foto’s van uploaden.

Els | 7:21 pm

Comments (16)